logowanuit

 

 

NEWS

 

WORK :

--------> rockets & vehicles

--------> rockerteers & related

--------> huntingtrophies

--------> miscellaneous

--------> stories to be told

--------> them early works

--------> commissions

 

ABOUT W

 

IVCOD

 

WISSEWOOZE

 

LINKS

 

CONTACT

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

Amsterdam, juli 2015.

Toekenning Werkbudget Bewezen Talent, mondriaan fonds.Mondriaan

 

 

 

 

 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

Een loading dock, doorgeefluik, of toch de spiegel uit Alice In Wonderland?
Stories to be told, de universa van Pieter W. Postma.

Martijn Lucas Smit, maart 2011, Haarlem

We treden een hal binnen, een betonnen bak eigenlijk. Gele strepen op de grijze vloer benadrukken de lengte van de ruimte, maar wijzen ook op de functie van de hal: dit is een plek van komen en gaan, hier wordt geladen en gelost, met een drukte die door gele strepen gereguleerd moet worden.
Vrij hangend in deze ruimte vinden we een abstracte vorm, opgebouwd uit dunne, zwarte lijnen. Een soort ruimtelijke tekening, met een bijzonder dynamisch lijnenspel.
Maar wat is het?
Op één manier maakt deze transparante vorm contact met de vloer: aan een aantal lijnen vanuit de constructie hangen spierwitte honden, bevroren in een bijzonder agressieve pose, als een ruimtelijke actiefoto. Bijna ruik je het kwijl, of zie je hun hete adem. Trekken ze de constructie uit elkaar en zijn zíj dus verantwoordelijk voor deze bizarre vorm?
In het midden van het ruimtelijke werk, in het centrum tussen de zwarte lijnen, hangt een stoel, een zwevende zetel. Het is deze stoel die de installatie haar betekenis geeft: een bizar transportmiddel, een voertuig uit een andere wereld. In afwezigheid van de bestuurder –de stoel is immers leeg- zal het roedel honden het schip bewaken en beschermen. Tegen ons, de beschouwer?

De installatie, getiteld C.no.10 CH-9, is een werk van beeldend kunstenaar Pieter W Postma. Het werd in september 2009 getoond in de zogenaamde loading dock, een inpandige laad- en losruimte van het Haarlemse vlakke vloer theater De Toneelschuur. Deze plek in het theater is normaliter niet voor publiek toegankelijk.
Bij deze tentoonstelling was de immense roldeur aan de voorzijde geheel geopend. De roldeur achterin de ruimte, waardoor normaliter wordt gelost en geladen was gesloten. Hierdoor toonde de ruimte als een soort doorgeefluik of sluis. Net binnengelaten aan de ene kant wacht men tot de andere zijde betreden kan worden.

Cno10_CH09C.No.10 CH-9, De Toneelschuur, Haarlem

Als poort tussen twee werelden, tussen twee verschillende tijdsgewrichten, of parallelle universa. Of misschien de spiegel uit Alice In Wonderland?
Wellicht zijn daarom de honden in de installatie zo agressief: net beland in een voor hen volkomen onbekende wereld en ook nog door hun baas verlaten.

Het oeuvre van Pieter W Postma wordt bevolkt door bizarre voertuigen, vervreemdende gebruiksvoorwerpen en buitenissige creaturen. Reizigers, door Postma steevast als rocketeers omschreven, dragen namen als LTX., De Zweeper, Eéno Bismi of Javmo Hopr. Ze verplaatsen zich tussen universa in vaak felgekleurde vehikelen als de Hdtr.No.16, De Planeetcruiser of Raket No.14. Soms laten ze iets achter in ‘onze’ wereld, een wapen, een jachttrofee, een masker of een verloren handschoen.

Pieter W. Postma toont ze als losse onderdelen of in kleine groepen van naar elkaar verwijzende elementen in de tentoonstellingsruimte. Even vaak komen alle onderdelen en media bijeen in grote installaties: zogenaamde Stories To Be Told, als scènes uit een film, of passages uit een roman.
De eerste installatie uit deze reeks die ik van hem zag was het indrukwekkende Raket No.17 en hoe de rocketeer een haas ving. Als een soort enorm insect staat een voertuig op drie poten op de grond. Fel rood en glimmend metaal. Langszij is een vreemd tafereel te ontwaren: in acht stappen wordt getoond hoe een rennende haas wordt beschoten, wordt getroffen, over zichzelf heen buitelt en tenslotte sterft. Als een soort stop motion scène op een rijtje. Of als een driedimensionale reeks van Muybridge. Een tragisch en poëtisch beeld.
Meer verstild is het werk Checking the ground while hanging from my hatch. Een gedaante hangt aan een transparante constructie, klaarblijkelijk een onderdeel van een schip dat zojuist is geland op onbekend terrein. De rocketeer neemt voorzichtig polshoogte: hangend uit de uitgang reikt hij voorzichtig naar het oppervlak. Is het hier veilig voor hem?

CheckingTheChecking the ground while hanging from my hatch, Participant Inc., New York City

Raket No.18 en daaromheen is minder verstild, gelaagder, zowel als beeld, als in gecombineerde technieken. Een geel/zwart voertuig is vastgelopen op een hellend vlak. De rocketeer is niet aanwezig in zijn zetel. Het schip wordt voortgetrokken door een vijftigtal zwarte paardjes, die zwoegend in hun tuigjes het schip vlot proberen te trekken. Aan de zijkant wordt een man geprojecteerd die met een zweep de paarden aanjaagt. Een bizar schouwspel.

Schouwspel is dan ook een rake typering voor deze Stories to be told. De benoeming verenigt het theatrale aspect in de installaties met een zeker spelelement. In die zin staat Postma hiermee voor de Homo Ludens, het spel als sublematie van het mens-zijn, zoals ruim tachtig jaar omschreven door de historicus Johan Huizinga: een ernstig spel weliswaar, maar het blijft een spel.
En gespeeld wordt er in deze werken. Zo is er constant het spel met de grens van de geloofwaardigheid. Hoever weet hij zijn beschouwer mee te slepen? Wanneer is een ruimteschip een ruimteschip? Het lijkt ongeloofwaardig een aantal aan elkaar geschroefde zwarte latten, eigenlijk een abstract lijnenspel, te doen vliegen. Toch doet de installatie je dit geloven. Een uit katoen genaaide in fragmenten stervende haas weet mededogen op te wekken. De witte honden tonen cartoonesk èn vervaarlijk tegelijkertijd. Postma loopt hiermee over een smalle evenwichtsbalk: hij neemt de beschouwer mee de abstractie, het fantasme en de surrealiteit in, maar net niet zo ver dat de realiteit uit het oog wordt verloren.

Rno18KVlaaiRaket No.18 en daaromheen, Niet De Kunstvlaai, Amsterdam

Een ander speelvlak is dat van maatvoering. Postma schakelt in zijn werken constant tussen verschillende eenheden van maat. Sommige van zijn ruimteschepen meten een paar decimeter. Betreft het hier een model of prototype, of leeft de werkelijkheid waaruit het afkomstig is eenvoudigweg in een andere maatverhouding? Nog intrigerende is het, wanneer verschillende maatvoeringen binnen een en hetzelfde werk bij elkaar komen. De zwarte paarden in Raket No.18 en daaromheen zijn net kleiner dan een kat, het geel/zwarte voertuig meet een meter of vijf, waarvoor de geprojecteerde rocketeer met ongeveer de helft van de menselijke maat dan net weer te groot lijkt. Alsof de installatie een knooppunt is van verschillende werkelijkheden, die elk hun eigen maat kennen. Vreemd genoeg komt de verwarring die hiermee wordt gezaaid de vanzelfsprekendheid van de werken juist ten goede. Alsof de beschouwer doordat hij steeds op het verkeerde been wordt gezet geen tijd krijgt te gaan twijfelen.
Tenslotte speelt Postma met de verleiding, óf juist het gebrek daaraan. Zijn werken kennen altijd een component van virtuositeit en het streven naar perfectie in combinatie met een tegenpool ervan. Een glimmend, helblauw, glad en glanzend oppervlak raakt aan een grof houten constructie. Uit stof en [kunst]leer worden op bijzonder vernuftige wijze bizarre creaturen en kostuums genaaid, maar uiteindelijk zie je toch weer de stiksels en vaak zelfs de vele losse eindjes. Net als de wisseling van maatvoering dwingt dit de beschouwer een werk steeds in een ander perspectief, vanuit een ander gezichtspunt te zien.

Maar waar komt dit verlangen naar al deze andere werelden, steeds veranderende perspectieven vandaan? Een zekere jongensachtige verwondering is in ieder geval aanwezig. Een fascinatie voor vervreemding en voor het grote gebaar. Een hang naar ontdekking en onderzoek. Maar de vertaalslag die Pieter W. Postma weet te maken van de parallelle universa naar de wereld waarin wij leven, kan ook gezien worden als een metafoor voor de kunst zèlf. Het proces van de creatie van een werk is immers altijd een vertaling van de werkelijkheid van de kunstenaar naar die van elke individuele beschouwer. Met het atelier als doorgeefluik, sluis, of de spiegel van Alice zo men wil.

In ieder geval, elke keer als ik ’s avonds laat langs de loading dock van de Haarlemse Toneelschuur wandel of fiets, en ik zie een flauw streepje licht onder de enorme roldeur schijnen, kan ik niet nalaten me af te vragen wat ik in de volgende tentoonstelling van Pieter W. Postma zal aantreffen.

Martijn Lucas Smit.

 

 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

Amsterdam, oktober 2010.

Toekenning basisstipendium Fonds BKVB.FondsBKVB

 

 

 

 

 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

Amsterdam, juni 2010, pieter W postma.

Korte inhoudelijke toelichting op mijn werk:

In het onderwerp “reiziger” vind mijn werk haar oorsprong.
Drama, heroïek, materialisme, individualisme, overgave en vertrouwen zijn thema’s die hierin terug te vinden zijn, maar ook doodsdreiging en eenzaamheid.
Er zijn twee differentiaties te onderscheiden.
 
Als eerste is er de fysieke verplaatsing. Centraal hierin staat het vervoersmiddel.
Een voertuig kan op zichzelf staan of gecombineerd worden met een ander item.
Door het combineren van mens en of dier met een futuristisch, tijdloos object word een levendig absurd beeld gecreëerd waardoor er een vervreemde spanning kan ontstaan.
Een door de mens als zodanig herkenbaar geconstrueerde vorm en een dierlijk archaïsch element is waar het spanningveld voor mij ligt. Vaak valt de mensheid terug op het dier als alternatief voor vervoer, gezelschap en bescherming. Dit om zichzelf te complementeren.

Waar in de eerste differentiatie de reiziger niet fysiek aanwezig hoeft te zijn is in het andere deel van mijn werk de reiziger zelf het onderwerp.

De kleding van de reiziger is een middel om mijn verhaal te vertellen. Hierin richt ik me in het bijzonder op de idee rondom het masker. Een masker dient als bescherming tegen o.a. levensbedreigende elementen.
Ook geeft een masker de reiziger haar identiteit en dient deze als psychische invloed op haar omgeving. Hierdoor kan zowel een herkenbaar als een vervreemdend effect ontstaan.
Het grensgebied tussen schoonheid en aversie is wat ik zoek.
 
De mens heeft een innerlijke noodzaak te streven naar vooruitgang.
Deze drang is zo sterk aanwezig dat het leven ervoor in de waagschaal wordt gelegd.

Op verschillende wetenschappelijke gebieden, o.a. in de ruimtevaart en verschillende sporten zoals autoraces, vind je deze drang naar vooruitgang duidelijk terug.
De mens wil in een desbetreffende situatie het beste van ons allen presteren en blijft hierdoor haar grenzen oprekken met alle gevolgen van dien. Aan de kleding en gezichtsbedekking ontleend deze mens haar identiteit en weet de toeschouwer haar hierdoor te herkennen en te plaatsen. Deze moderne heroïek is waar tot op heden mijn aandacht naar toe gaat.

Ook op economisch vlak stellen mensen hun leven op het spel. Economische vluchtelingen uit verschillende derde wereld landen trekken naar het westen zonder zicht op wat er komen gaat. Dit is een nieuw uitgangspunt die ik in de nabije toekomst wil gaan onderzoeken.
 


 
Toelichting met betrekking tot de totstandkoming van mijn werk:

Materialen als textiel en het werken met een naaimachine geven mij de mogelijkheid mijn beeldtaal duidelijk vorm te geven. Ambacht en de herkenning van de materialen die ik gebruik voor mijn werk geven mijn beelden hun bestaansrecht. Hierin is de dunne scheidslijn tussen beeld en industriële vormgeving (waar ik me zeer verbonden mee voel) duidelijk zichtbaar.

Ik ben een beeldhouwer die met materiaal zoekt naar een technisch constructieve uitstraling in combinatie met een zekere tactiele vorm. Het beeldend werk is opgebouwd uit diverse materialen. Ook Fotografie en video behoren tot mijn pallet; als ik in een werk of installatie de interactie van een mens noodzakelijk acht komen deze media naar voren. 

Vaak staat in de basis van een werk een archetype zodat het object meteen haar betekenis krijgt.
(bijvoorbeeld: een zwevende stoel in een drie dimensionaal lijnenspel geeft aan het geheel meteen de associatie van een voertuig). In het geheel probeer in mijn beelden tijdloos te laten zijn.
In de meeste gevallen maak ik eerst één of meerdere schaalmodellen. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor materiaal experimenten, echter op kleine schaal hebben materialen gelijk ook een constructieve functie die ondervangen moet worden bij schaalvergroting.

Als laatste zijn er de maskers die ik maak. Deze kunnen een op zichzelf staand beeld zijn. Echter het portret of zelfportret van een drager met masker levert een sprekender, uitdagender en intrigerend beeld op. Dit sluit aan bij mijn oorspronkelijk uitgangspunt.
Om te onderzoeken of ik het masker ook in sculptuur kon vatten, ben ik op een gegeven moment ook de maskers als mal gaan maken. Een Afgietsels hiervan vormt een opzichzelfstaand portret en eindproduct.

Alle middelen om mijn ideeën te verbeelden en de materialen die ik mij over de jaren eigen heb gemaakt (het verwerken van textiel, het werken met film en video maar ook het verwezenlijken van de gehele constructie) geven mij een oneindige weg aan mogelijkheden mijn beelden hun verhaal te laten vertellen. Soms alleenstaand soms verenigt in een installatie.

 

 

 

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

written by Jana Sanchez, CitySavvy Media Ltd, London. 2002.

Pieter Postma appeals to the pioneer in all of us through his art. He touches the part of our soul that wants to discover unknown lands, to learn how to fly or to find new ways of expressing ourselves. He inspires us to take a journey, either inside our own soul or far, far away.

We sense from Pieter's work that he is fascinated by travellers -- those who travel through space and or time and explore new worlds or those who look deep inside their own hearts for the truth. The theme of exploring unknown territories, or new sensations, runs through all of his art.

He reminds us of the joy in discovering a new sensation and what it feels like to be a young child stumbling upon an ant colony or seeing a school of minnows in a pond. He reminds us of the joy in discovering a new sensation for the first time. As passengers along with him on his journey, we sense the rush of adrenaline of the traveller.

His large installations of rockets and spacemen, made of polyester, wood, textiles and vinyl bring the story of exploration to life. They also represent a fantasy, a way of escape.

Pieter's art speaks directly the viewer. It's accessible for anyone who takes time to understand the concept beneath it and enjoyable even for those who do not.

Pieter's sculptures are often aesthetically pleasing. They can be shiny, use striking colour, symmetry and form. Other times, they are startling and out of context. They make the viewer stop and think about what is happening. The scenes are as if from another dimension that we as visitors have accidentally stumbled upon. His work also hints at the alienation we can all feel, as if our surroundings are suddenly new and all the rules have changed.

His art represents explorers – such as his life-size Wadman – or the means used to reach a new land, such as a space motorcycle or rocket. His works also tell the story of the vulnerability of explorers and those living in the lands explored, such as Wadman's untimely death as a result of a mechanical malfunction, or the slow death of a bunny in the wrong place when a rocket lands. We join Wadman in his struggle against time and his acceptance that he will pay the ultimate price for leaving his own safety zone of home.

A trained mechanical engineer and fashion designer, Pieter's tangible skills come to the fore in his art. The structure of his sculptures – often moulded from steel and vinyl or other everyday materials – demonstrate his understanding of balance, proportion and aesthetics. He uses his craftsmanship as a medium to express his art, creating beautiful objects with a deeper meaning there to explore. There are layers underneath the beautiful exteriors for those who take time to reflect: the art harkens back to the young boy's dream, the refugee's search for a better life or the explorer's push for discovery.

Pieter sums up the emotion behind his art: "I could be Wadman. I can explore new places and I could learn and grow along the way. At the same time, I could also meet the tragic fate of millions of pioneers before me."

 

Sample work

Hunting trophies (Jachttrofeeen)
In the beginning Pieter began to create works of art that were similar to hunting trophies. He made heads of vinyl and steel to be hung on a wall just as a hunter would shoot a deer and display it, proof of a voyage taken and a land conquered.

Rockets (Raketten)
Pieter's representations of rockets range from small steel and vinyl creations to large, metaphoric pieces. These are the means by which travellers visit new lands and explore.

Wadman (Wadman)
The Wadman takes a calculated risk in his explorations. He knows it's dangerous, but he goes anyway. Wadman, which is a leather clad figure and the star of a short film about his journey, pays the ultimate price. We join him in the final minutes of his voyage and his life.

Rocket no.17 (and how the rocketeer shot a hare) (Raket no. 17 (en hoe de rockteer een haas ving))
This piece explores the dark side of the impact of travel. It's not enough to simply go somewhere and explore. We end up interacting with its inhabitants and the result is death and destruction. Pieter brings to life the death of an indigenous being.